De weergaloze mogelijkheden van het damspel

Mensen die zich wat bezighouden met het damspel willen nog weleens stellig zijn bij de analyse na afloop van een gespeelde partij. ‘Potremise’ is bijvoorbeeld een kreet die nog weleens gehoord wordt. Het analyseren na afloop van een partij heeft veel in zich maar vraagt tegelijkertijd om de nodige weerbaarheid daar het er soms meer lijkt op ‘verhaal halen’ dan het (samen) ontdekken van de weergaloze mogelijkheden van het prachtige damspel. Laten we maar snel onze blik op het dambord werpen.

diagram 1

Analyse

De aanleiding van dit artikel vormt een korte analyse na afloop van (nota bene) een sneldampartijtje bij PDC Putten. Na 1. … 3-14!! 2. 19×10 is de stelling ontstaan die in het diagram 1 wordt weergeven. De zwarte dam linksonder houdt zowel de witte dam als de dam en twee witte schijven uit het spel. Niet ter discussie [daar gaan we!] staat dat wit hiervoor een fout heeft gemaakt en deze variant had kunnen voorkomen [nog daargelaten dat het een variant uit de analyse betreft]. Vraag honderd mensen op straat wat de uitslag wordt van deze stelling en hoeveel van hen zouden ook maar het geringe vermoeden hebben dat zwart hier analytisch gewonnen staat?! 2. … 31-37! Eenvoudig te zien is dat wit met het offeren van schijf 46 of 48 te laat komt daar de nieuwe zwarte dam de andere witte schijf afhoudt van de lijn 4-36. 3. 48-43 37-42 4. 46-41. Na het offer 4. 43-38 is wit snel uitgespeeld aangezien de zwarte schijf de overgebleven witte schijf op veld 46 opzoekt. Voor 4. 43-39 geldt vrijwel hetzelfde: 4. … 42-47 5. 39-34 47-24 en schijf 46 en schijf 16 komen elkaar tegen.  Veel lastiger is 4. 46-41. Men zie het volgende diagram.

diagram 2

Weergaloze mogelijkheden

De esthetische waarde van deze stelling rechtvaardigt het om deze stand in een diagram te tonen [men zie diagram 2]. En als daar nog enige aarzeling bij is, dan zullen de varianten zonder de minste twijfel die ruimschoots wegnemen. Want laat nu uitgerekend de minst logische zet de enige winnende zet zijn. De zwarte schijf op veld 42 komt met de zet op dam maar juist dan laat zwart wit nog ontsnappen. 4. … 42-47 5. 41-36! en 36-31 is niet meer te verhinderen aangezien na 5. … 47-42 wit met het offer 6. 43-38 en alsnog 36-31 en vervolgens 10-4 met twee witte dammen en remise. Na 4. … 42-48 niet anders: 5. 41-36 48×39 6. 36-31 4×36 7. 10-4 met remise. Hoe dan wel? 4. … 16-21!! Het offer met 5. 43-38 is onzinnig daar de witte schijf dan alsnog vastloopt op schijf 21. 5. 43-39 brengt wit ook niets: 5. … 42-47 [nu wel!] 6. 41-36/41-37 21-27 7. 39-34 47-24 of 6. 39-34 47×36 7. 34-30 36-13 8. 30-25 13-9 9. 25-20 9×25 en wit is uitgespeeld ondanks dat hij nog een dam en twee schijven op het bord heeft. De moeilijkste variant is vanuit het diagram 4. … 16-21 en dan het offer met 5. 41-37 42×31. Het lijkt erop dat zwart te laat komt om de witte schijf van de linie 4-36 af te houden. Het lijkt er niet alleen op, het is het geval. Maar wie simpel concludeert dat het daarom remise is rekent buiten de weergaloze mogelijkheden die het damspel in zich herbergt.

Artiestenuitgang

De situatie is als volgt. Wit heeft een dam en drie schijven en zwart heeft een dam en twee schijven. Wit heeft alleen de beschikking over de schijf op veld 43 daar zijn andere stukken vooralsnog uitgeschakeld zijn. En, opvallend of niet, wit heeft met één schijf twee serieuze opties die elk verschillende varianten in zich herbergen! 6. 43-38 31-36 7. 38-32 36-41 8. 32-28 41-46 9. 28-22 4×36 10. 10-4 21-27 11. 4×31 en het meest elegant is 11. … 36×9 [11. … 36×4 wint natuurlijk ook] 12. 15-10 9-4 en wit zal blij zijn als hij via de artiestenuitgang [bestaat die ook?!] kan vertrekken.

Slotstand

De andere optie is 6. 43-39. Deze zet lijkt niet veel af te wijken van 6. 43-38 maar het tegendeel is waar. Deze zet leidt namelijk tot een geheel andere variant. Sterker: na 6. 43-38 blijft de witte dam op veld 5 op het bord terwijl na 6. 43-39 juist de witte dam op veld 5 van het bord verdwijnt en de dam op veld 4 opgesloten wordt. 6. … 31-37 7. 39-33 37-41 8. 33-29 21-27 9. 29-23 27-32 10. 23-19 41-46 11. 19-14 32-37 12. 14-9 4×13 13. 10-4 13-36 14. 5×41 46×10!! Deze slotstand is werkelijk een plaatje. Niet de witte dam op de hoofdlijn is opgesloten zoals regelmatig het geval is in het eindspel maar, veel zeldzamer, de witte dam op veld 4. Overigens maakt het niet uit of wit meteen met 10. 23-18 offert of het een enkele zet uitstelt aangezien de vangststelling voor de witte dam op veld 5 klaarstaat met vervolgens de slag naar veld 10. Waar een ‘korte’ analyse toe kan leiden.

Een reactie op “De weergaloze mogelijkheden van het damspel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *