Hijken, wat ’n gat!

Er zijn van die damdagen die je niet snel zult vergeten. Eén ervan is bijvoorbeeld de kampioenswedstrijd in en tegen Apeldoorn, nu al bijna twee jaar geleden. Prachtig hoe dat toen ging! Afgelopen zaterdag beleefden we weer zo’n onvergetelijke damdag. Al ging het nu op een iets andere manier.

DTC Hijken is een sterke damclub. Als ik me niet vergis, zijn ze vorig jaar als derde geëindigd in de Nationale Clubcompetitie. Vele toppers spelen dan ook in het team: o.a. Martin Dolfing, Roel Boomstra, Hans Jansen en Alexeï Domchev. Na ruim anderhalf uur reizen kwamen we als spelers van DES 1 aan in het ‘pittoreske’ Hijken. Je kunt Hijken bijna omschrijven als ‘vijftig huizen, een kroeg en een kerkje’. Het laatste kwartier hobbelden we over een slingerend landweggetje om onze eindbestemming te bereiken. De TomTom raakte wonderwel niet in de war.

Vol goede moed begonnen we aan de wedstrijd, maar kans op een wedstrijdpunt – of zelfs nog meer – zat er vandaag niet in. Op het bord waar we onszelf vooraf enige kans toedichtten, namelijk van de in vorm verkerende Harmjan, kwamen ‘we’ – je speelt in een team, of je speelt het niet! – al snel een schijf achter. Dat was een flinke domper. Een enorme kans om deze partij alsnog in het voordeel van Lunteren om te zetten werd fraai om zeep geholpen. Er hing blijkbaar een waas van damblindheid over het bord van Harmjan tegen Henk Kalk. Domchev en Van Hierden keken verbijsterd toe hoe een basisprincipe van het damspel niet werd uitgevoerd: meerslag ging even niet voor.

Deze klap kwamen we niet meer te boven. Ik werd vakkundig van het bord gezet – ze zeggen dat problemisten niet kunnen dammen, ik bevestig de regel? – door het supertalent van Nederland, Roel Boomstra. Al kunnen we het woord ‘supertalent’ beter al achterwege laten, Boomstra is al bijna een wereldtopper. Marcel verspeelde de koppositie in het topscorersklassement door remise te spelen tegen Jan-Ekke de Vries. Hij vergat een klokoverwinning te claimen, om vervolgens na veertig minuten rekenen de winst die wel degelijk aanwezig was te verzuimen. Alleen Hermen, Erwin en Daniël presteerden naar behoren met remises tegen respectievelijk Okken, Jansen en Sipma.

Tja, en dan de terugweg. Na 500 meter rijden, we waren Hijken officieel nog niet eens uitgereden, hield de auto van Erwin er ineens mee op. Zou dat landweggetje dan toch funest zijn geweest voor z’n ‘aso-bak’ (in de volksmond welteverstaan)? Met 10 a-technische dammers stonden we daar lelijk te kijken en konden we onze langverwachte AC-maaltijd op onze buik schrijven. Er zat niks anders op dan om de ANWB te bellen. Maar in de middle of nowhere duurde het zeker nog wel een uurtje voordat zij konden komen. Ondertussen aten wij gezellig in de buitenlucht een patatje met frikandel of kroket.

Tussendoor kregen we nog meer slecht nieuws te verwerken. Hordijk won met 11-9 van DUO, een cruciale nederlaag van Gerrit Wassink tegen Robert-Jan van den Akker was hier mede een oorzaak van. Niet best. Het zal nog een hele klus worden om rechtstreekse handhaving definitief veilig te stellen, al wonnen we vorig jaar overtuigend in de laatste ronde van Witte van Moort: 13-7. Die wetenschap geeft de burger moed.

Gelukkig werden we ondertussen nog wel even vermaakt met een verkleedpartij in een Drentse boerderij, tegenover de plek van pech. We hebben er smakelijk om gelachen. Totdat de gordijnen dichtgingen, de kinderen naar bed, en er naar alle waarschijnlijkheid iets anders ten tonele werd gevoerd… maar enfin. Inmiddels was de ANWB gearriveerd, maar ook de wegenwacht kon de pech niet verhelpen. “Deze auto heeft namelijk nooit pech.” Eens moet de eerste keer zijn, Erwin. Aldus werd besloten dat vier mensen alvast met de trein naar huis gingen. Er reed zowaar een rechtstreekse trein vanuit Beilen naar Amersfoort.

De andere zes pechvogels mochten nog gezellig in de auto van Marcel op een sleepwagen wachten. U begrijpt: dat was lekker vol op de achterbank, maar dan hielden we het in ieder geval nog een beetje warm. Na een uur was ook de sleepwagen gearriveerd. Een nuchtere Drent stapte uit de wagen en op z’n dooie gamakje stak hij nog ‘ns een sigaretje op. “Wat ’n gat, hé?”, zei hij, daarmee Hijken bedoelend. Tja, we konden niets anders dan dat beamen. Nadat de auto van Erwin was opgeladen konden we eindelijk huiswaarts keren. Ruim vier uur later dan gepland reden we het gat Hijken uit (het was al 10 uur geweest). Voor Erwin krijgt het verhaal nog een staartje. Hij kan nog een keer op en neer naar Emmen om zijn auto op te halen.

A.T.

 

Een reactie op “Hijken, wat ’n gat!

  1. Ja, dat is baaaaaaaaaaaaaalen.
    Wij hadden een hele gezellige middag in Maastricht.
    Een sterke tegenstander en dan toch terecht 10-10 spelen.
    Hierna met Wiel nog een paar biertjes gedronken.
    Toen het Vrijthof onveilig gemaakt en lekker gegeten bij de Griek.
    Het hele team was uitermate tevreden met het eten wat we kregen voorgeschoteld.
    Zo zie maar hoe dicht geluk/pech bij elkaar in de buurt zit.
    gr JAAP

Reacties zijn gesloten