Het ‘4-0 syndroom’

Naar aanleiding van de moeizame  9-7 overwinning van het eerste provinciale team tegen degradatiekandidaat Zutphen/Warnsveld, reageerde voorzitter Jaap Heij met de volgende woorden: ‘Speelden zij zo sterk, of wij zo…’  Tja, dat is natuurlijk een goede vraag. Het moge duidelijk zijn dat we dit seizoen niet al te best draaien. Tenminste, we zijn gewend om lang voor de titel te strijden en daar is dit seizoen geen sprake van. Er is echter meer, en Arno heeft daar al eerder treffend op gewezen. Wij, en hiermee bedoel ik het provinciale eerste team van DES, hebben te kampen met het zogenaamde ‘4-0 syndroom’.

De eerste symptomen van het syndroom, en dit is een niet te onderschatten ziektebeeld, werden duidelijk zichtbaar in het seizoen 2010/2011. In de uitwedstrijd tegen CTD Arnhem kwam DES binnen het uur op een 4-0 voorsprong door vroege overwinningen van Matthias (Barneveld speelde toen nog niet in de hoofdklasse) en Arjen. De teamoverwinning leek daarmee al wel zeker te zijn, maar dat viel even tegen. Uiteindelijk verloren we de wedstrijd met 9-7. Een ronde later, tegen PDC Putten, hetzelfde verhaal. Opnieuw nam DES een razendsnelle voorsprong door overwinningen van Harmjan en Arjen. En opnieuw kregen we het deksel hard op onze neus, nu verloren we zelfs met 11-5.

Er was hiermee toch wel sprake van een behoorlijke crisis binnen het team. Gelukkig hadden we al snel in de gaten dat de problemen veroorzaakt werden door de veel te snelle 4-0 voorsprong die we telkens namen. Er werden dan ook keiharde afspraken gemaakt dat dit niet meer mocht gebeuren. Dus, ook al sta je gewonnen, neem je tijd. Accepteer geen vroege opgave van je tegenstander. Wacht tot iemand remise heeft gegeven. Spreek desnoods een teamgenoot aan op z’n verantwoordelijkheid, dat hij niet moet doorspelen in kansloze remiseklassiekjes, maar met remise genoegen moet nemen. Toch leek het in de wedstrijd tegen Lent weer fout te gaan (we spreken nog steeds over het seizoen 2010/2011). Opnieuw kwamen we op een te snelle 4-0 voorsprong door overwinningen van Arwin en Harmjan. Gelukkig onderkenden de medespelers het gevaar en werd aan de noodrem getrokken. Nog ternauwernood werd een 8-8 gelijkspel behaald.

Opnieuw een ronde later, tegen DC Zevenaar, leek het syndroom zelfs enigszins onder controle. Ondanks een snelle 4-0 voorsprong door overwinningen van Wijnand en Arjen, werd de wedstrijd toch gewonnen met 9-7. Duidelijk was echter wel dat enkele teamspelers zich niet hielden aan de afspraken. Arjen werd dan ook terecht op zijn wangedrag aangesproken, op de een  of andere manier was hij 9 van de 10 keer betrokken bij dit soort vervelende incidenten. Enfin, in het seizoen 2011/2012 hielden de spelers zich goed aan de gemaakte afspraken en de symptomen van het syndroom waren niet  meer (echt) zichtbaar. We deden gelijk ook mee voor de titel en dachten van de problemen af te zijn.

Dit seizoen echter, is het syndroom weer opgedoken binnen de DES-gelederen. En dat is tegelijkertijd de verklaring, Jaap. Zutphen/Warnsveld speelde helemaal niet zo goed, maar wij hadden weer te kampen met ons syndroom. Het is dus niet weggegaan, maar weer stilletjes teruggekeerd! Arjen en Aldert gaven het verkeerde voorbeeld door binnen het uur te winnen van hun opponenten. De rest van de medespelers wist nog net een nieuwe blamage te voorkomen, waarvoor hulde! Zij hebben dus weten te voorkomen dat het syndroom ons opnieuw punten zou kosten.

En weer was Arjen een van de aanstichters. Hij is blijkbaar behoorlijk ‘onder invloed van’ het syndroom, het ziektebeeld is duidelijk zichtbaar bij hem. Het is misschien beter om hem de volgende wedstrijden te passeren, wellicht is dan het probleem opgelost. Het is maar een idee, maar niet geschoten is altijd mis.

AT

 

Een reactie op “Het ‘4-0 syndroom’

  1. Geniaal verhaal en het klopt nog ook.
    Laten we Timmer maar niet passeren. Hij gaat voor de 11-21 score en ondanks
    zijn soms nog wat makkelijke manier van winnen, wat hij zelf afdwingen noemt, hebben we je toch nodig.

Reacties zijn gesloten